Recept: suikervrije aardbeienconfituur

Ik maakte al eens klassieke aardbeienconfituur die heel erg in de smaak viel, maar het werd tijd om eens een suikervrije versie te proberen. Het was vooral een uitdaging om de juiste hoeveelheden uit te dokteren. Er zijn verschillende recepten met allerlei zoetstoffen online te vinden, maar allemaal met verschillende hoeveelheden en andere zoetstoffen. Ik kocht een zakje Pure Via stevia in kristalvorm, aangezien dit geschikt is om te koken, en dit leek mij het makkelijkst in gebruik.

Je hebt nodig:
– 1 kg aardbeien
– 1 zakje Pec Plus 
– 250g Pure Via stevia in kristalvorm

1. Maak de aardbeien schoon en verwijder de kroontjes. Vervolgens mag je de aardbeien in stukjes snijden en in een grote kom doen.
2. Breng de aardbeien in de kom aan de kook. Eens de aardbeien koken, voeg je een zakje Pec Plus toe en laat dit even doorkoken.
3. Als laatste voeg je 250g Pure Via stevia kristalpoeder toe. Alles goed doorroeren zodat er geen kristalblokjes ontstaan. Als je merkt dat er vanboven schuim ontstaat, kan je dit best wegscheppen.
4. Eens alles goed omgeroerd is, kan je de confituur in potjes gieten en direct goed afsluiten.

Met dit recept kon ik 3 potjes vullen met confituur. Qua smaak is de confituur wel lekker, maar uiteraard minder zoet. Suikervrije confituur is vloeibaarder en lichter van kleur.

Enkele tips:
– Bij deze Pure Via stevia geldt het volgende: 50g Pure Via = 100g suiker. Normaal gebruik je bij suikerarme confituur 500g suiker, vandaar de 250g Pure Via.
– Bij klassieke confituur gebruik je de klassieke Pec om de confituur dikker te maken. Voor suikerarme of suikervrije confituur vind je Pec Plus in de winkel.
– Gebruik een grote, open kom als je confituur maakt.
– Bij het maken van confituur kan er bovenaan schuim ontstaan, dit schep je best weg. Bij suikervrije confituur is het ontschuimen echter iets moeilijker. Het schuimt iets minder en het schuim zelf is iets vloeibaarder.
– Confituur kan je normaal heel lang bewaren, dit is echter niet het geval bij suikervrije confituur. Deze confituur blijft goed tot ongeveer 2 weken na de bereiding. Je kan dus best geen te grote hoeveelheden in een keer maken.
– Alvorens je de potjes gebruikt, maak je ze goed proper. Het wordt zelfs aangeraden om de potjes eerst te steriliseren zodat je de confituur langer kan bewaren.
– Wanneer je de confituur in potten doet, kan je deze best vullen tot aan de rand en direct goed afsluiten.

Continue Reading

Recept: choco

Ik eet ’s ochtends nogal graag choco op mijn boterhammetjes, liefst pure chocopasta zonder hazelnoten (dus géén Nutella, eerder Kwatta puur of de chocopasta van ’t Boerinneke). Ik bedacht dat choco maken niet zo moeilijk kan zijn. Bijgevolg besloot ik een poging te wagen om zelf chocopasta te maken. Het resultaat is superlekker, dus ik deel even het recept om heerlijke chocopasta te maken.

Je hebt nodig:
– 250g roomboter
– 200g zwarte chocolade
– Blikje gecondenseerde melk met suiker (bvb blik van Nestlé – 305ml)
– 1 zakje vanillesuiker

1. Breek de chocolade in stukjes en doe deze in een kommetje. Voeg de roomboter bij de chocolade. Smelt de chocolade en boter samen in de microgolfoven. Roer regelmatig in het kommetje.
2. Als de chocolade en boter samen gesmolten zijn tot een egaal mengsel zonder brokjes, voeg je het zakje vanillesuiker toe. Roer ook dit goed door elkaar.
3. Als laatste voeg je de gecondenseerde gesuikerde melk toe, dit roer je ook door het mengsel. Als alles goed gemengd is krijg je een smeuïge pasta.
4. Giet in potjes en laat opstijven (eventueel in de ijskast)
Klaar!

Deze choco maken duurt ongeveer 10 minuten en ik heb er 3 confituurpotjes mee kunnen vullen. Heel makkelijk, snel, goedkoop, en bovendien gezonder en lekkerder dan de choco uit de winkel!

Continue Reading

Recept: appeltaart

Appels mogen dan wel het hele jaar door in de supermarkt liggen, de herfst blijft toch wel het traditionele appelseizoen. Niets zo heerlijk als een stukje warme appeltaart en een kopje koffie, terwijl we genieten van het zonnetje dat buiten schijnt.

Je hebt nodig:
– 6 middelgrote appels
– 330 gram bloem

– 200 gram roomboter op kamertemperatuur
– 170 gram suiker (ik heb bruine suiker gebruikt)
– 1 eetlepel bakpoeder
– 2 zakjes vanillesuiker

– 50 gram rozijnen
– 1 eetlepel kaneel
– 1 eetlepel citroensap
– 1 ei
– springvorm (24 of 26cm)

1. Schil de appels en verwijder de klokhuizen. Snij de appels in blokjes en doe deze in een kom. Voeg het citroensap toe en roer door elkaar. Voeg kaneel en vanillesuiker toe en roer nogmaals. Ook de rozijnen mag je toevoegen en goed door elkaar roeren.
2. Zeef de bloem en het bakpoeder in een andere kom, voeg de (bruine) suiker toe en meng dit. Snij de boter in blokjes en voeg deze hieraan toe. Kneed dit allemaal samen met je handen tot je een deeg krijgt waar alle boter in opgelost is. Uiteindelijk zou je een deegbol moeten kunnen rollen.
3. Vet de springvorm in met boter. Hou een handvol deeg apart voor later. Gebruik het grootste deel van je deeg om de bodem en de zijkanten van je vorm mee te bedekken. Dit doe je door het deeg in de vorm plat te drukken met je handen, dan zorg je dat het deeg omhoog loopt langs de randen van de vorm.
4. Doe nu het appelmengsel in de vorm, verdeel het gelijkmatig. Als de randen van het deeg hoger komen dan de appels, vouw je het deeg een beetje naar binnen.
5. Het kleine bolletje deeg gebruik je om lange sliertjes mee te rollen om de bovenkant van je taart te versieren. Breek het ei in een kom, klop dit los. Smeer wat losgeklopt ei met een borsteltje over de deegslierten die langs de bovenkant van de taart lopen (dus niet over de appels), op die manier wordt je taart mooi goudbruin.
6. Bak de taart in een voorverwarmde oven op 180°C gedurende 50 à 60 minuten.

Klaar!

Continue Reading

Recept: koekjes

Tijd om koekjes te maken! Voor deze eerste poging tot koekjes maken, hield ik het op een simpel recept.

Ingrediënten
– 350g bloem
– 250g boter
– 120g suiker
– 1 zakje vanillesuiker
– 2 eieren
– eventueel 1 eetlepel cacaopoeder of wat rode confituur

– uitsteekvormpjes voor koekjes
– deegrol

– Meng de bloem, suiker en vanillesuiker in een kom. Als laatste voeg je de boter en 2 eidooiers toe. Neem de boter op voorhand al uit de koelkast zodat ze zachter is, anders wordt het moeilijk om geen brokjes meer in het deeg te hebben. Meng alles tot een glad deeg. Als je merkt dat het deeg te droog is, voeg dan ook geleidelijk aan wat eiwit toe (uiteindelijk heb ik er bijna al het eiwit aan toegevoegd omdat het echt té droog was om te kneden).
– Als je dat wil, kan je het deeg in twee helften splitsen. Bij de ene helft voeg je een eetlepel cacaopoeder toe. Meng de cacaopoeder goed onder het deeg zodat het een egaal bruine kleur krijgt (of toch ongeveer).
– Verpak de twee helften deeg in huishoudfolie en laat minstens een uur rusten in de koelkast.
– Verwarm de oven voor op 175° en leg alvast bakpapier op je bakplaat
– Bestrooi je werkblad met genoeg bloem (anders ga je heel hard sukkelen met het deeg er af te peuteren) en rol het deeg uit met een deegrol tot het ongeveer 4mm dik is.
– Steek vormpjes uit het deeg en leg de koekjes op je bakplaat.
– Bak de koekjes lichtbruin op 175°. Afhankelijk van de oven zullen ze er ongeveer 13 tot 15 minuten in moeten.
– Laat de koekjes afkoelen en de yummie yum tijd kan beginnen!

Tip: Als je dat wil kan je twee koekjes met dezelfde vorm op elkaar leggen met wat rode confituur er tussen.

Continue Reading