Haken: vaste en halve vaste

We leerden reeds de absolute basis met een opzetlus en lossen, maar met enkel een ketting van lossen geraak je niet zo ver natuurlijk. Vandaag leren we een vaste en halve vaste haken, twee belangrijke steken voor vele haakprojecten.

Om een vaste te haken, volg je volgende stappen:
1. Als basis gebruiken we een ketting van lossen
2. Elke losse heeft de vorm van een V, als je hierop let, kan je makkelijk je steken tellen. In de voorlaatste losse die je gehaakt hebt, ofwel de tweede losse vanaf de naald steek je je haaknaald.
3. Maak een omslag
4. Haal de draad door het eerste lusje op je naald, nu hou je twee lussen over
5. Maak nog een omslag
6. Haal de draad door beide lussen op de naald. Je hebt nu een vaste gehaakt.

Op de voorlaatste foto zie je hoe een rij vasten eruitziet. Heb je een toer vasten gehaakt en wil je aan je volgende toer beginnen, dan haak je eerst één keerlosse, daarna draai je je werk om en kan je aan de volgende toer vasten beginnen.

Een halve vaste is simpeler dan een vaste en doe je zo:
1. In de eerste steek vanaf je naald steek je je haaknaald
2. Maak een omslag en haal de draad door beide lussen. Je halve vaste is gehaakt.
Een halve vaste heeft geen keerlosse.

Om te oefenen zet je 21 lossen op, de laatste losse die je gehaakt hebt, is je keerlosse. In de tweede steek vanaf de naald haak je de eerste vaste, daarna haak je in elke losse een vaste. In totaal heb je dus 20 vasten. Zo kan je een aantal rijen vasten en halve vasten haken als oefening.

Heb je vragen of is iets niet volledig duidelijk? Laat het dan gerust
weten in een comment, of stuur een mailtje naar
contact@flowersandfeathers.be

You may also like