Haken: eerste project – pannenlap

Ondertussen hebben we alle basissteken geleerd, maar het is natuurlijk altijd fijner om iets te maken dat je kan gebruiken. Tijd dus om een eerste projectje te haken: een pannenlap, leuk om zelf te gebruiken of om cadeau te doen. Bovendien is een pannenlap geen groot project, dus je hebt al vrij snel iets mooi gehaakt.

Je hebt nodig:
– 2 kleuren garen (wol/acryl), ik gebruikte Schachenmayr Universa (o.a. verkrijgbaar bij Veritas)
– haaknaald 3,5 mm
– schaar
– naald

De pannenlap meet 22 bij 22 cm, maar dit kan een beetje verschillen, afhankelijk van hoe los of vast je haakt. In het patroon gebruiken we twee kleuren, kleur A (in het voorbeeld is dit grijs) en kleur B (in het voorbeeld is dit blauw), dit wordt ook zo aangeduid in het patroon.

Van kleur wisselen:
Een andere kleur gebruiken kan ervoor zorgen dat je werk er interessanter uitziet, van kleur wisselen is vrij eenvoudig. Je haakt een toer met kleur A en wilt in de volgende toer haken met kleur B: bij de eerste keerlosse maak je de omslag met kleur B, daarna haak je de volgende keerlossen met kleur B, keer je werk en knip de draad van kleur A af zodat je een stukje draad van ongeveer 7cm overhoudt. 

Patroon:
– In kleur A: begin met een ketting van 43 lossen (de laatste 3 lossen tellen als eerste stokje van de volgende toer)
– 1e toer: in de vierde losse vanaf de naald haak je een stokje, haak daarna in elke losse een stokje
– 2e en 3e toer: haak 3 keerlossen (telt als je 1e stokje), sla de eerste steek over, vanaf de tweede steek haak je in elke steek een stokje
– 4e toer, in kleur B: haak 1 keerlosse, sla de eerste steek over, haak in elke volgende steek een vaste
– 5e en 6e toer, in kleur A: haak 3 keerlossen, sla de eerste steek over, haak in elke volgende steek stokjes
– 7e en 8e toer, in kleur B: haak 1 keerlose, sla de eerste steek over, haak in elke volgende steek een vaste
– 9e tem 11e toer, in kleur A: 3 keerlossen, 1 steek overslaan, daarna in elke steek een stokje haken
– 12e en 13e toer, kleur B: 1 keerlosse, 1 steek overslaan, in elke steek vaste haken
– 14e en 15e toer, kleur A: 3 keerlossen, 1 steek overslaan, daarna in elke steek een stokje haken
– 16e tem 20e toer, kleur B: 1 keerlosse, 1 steek overslaan, in elke volgende steek vaste haken
– 21e en 22e toer, kleur A: 3 keerlossen, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een stokje haken
– 23e en 24e toer, kleur B:  1 keerlosse, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een vaste haken
– 25e tem 27e toer, kleur A: 3 keerlossen, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een stokje
– 28e en 29e toer, kleur B: 1 keerlosse, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een vaste
– 30e en 31e toer, kleur A: 3 keerlossen, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een stokje
– 32e toer, kleur B: 1 keerlosse, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een vaste
– 33e tem 35e toer, kleur A: 3 keerlossen, 1 steek overslaan, in elke volgende steek een stokje
Je werk afsluiten doe je door een halve vaste te haken, dit is voor elk werk hetzelfde: je knipt de draad af op ongeveer 10cm en haakt dan je halve vaste, de losse draad trek je volledig door het lusje op je haaknaald, waardoor je een soort knoopje krijgt zodat je werkje vastzit en niet losgetrokken kan worden. 

Als alles goed gaat en alle draadjes weggewerkt zijn, dan ziet je pannenlap eruit zoals op de foto hierboven. Draadjes wegwerken doe je door de losse draadjes met een naald in het werk te weven en daarna af te knippen. Je zorgt er best voor dat je de draadjes wegwerkt in een rij met dezelfde kleur, dan valt dit nauwelijks op. Het lijkt misschien verleidelijk om de losse draadjes met een knoopje vast te leggen, maar dit is geen mooie afwerking en dan zie je de draden duidelijk zitten. Je kan dus best de losse draden tussen een paar steekjes weven en daarna zo kort mogelijk afknippen.

De afwerking
Je pannenlap ziet er nu nog een beetje onafgewerkt uit. Een randje rond je werk haken zorgt voor een mooie afwerking.

Een eenvoudige rand haak je zo:
1. Maak een opzetlus met kleur B, aan de rechterbovenhoek van je werk begin je met vasten te haken
2. Haak in elke steek een vaste
3. Eens je aan een hoekje komt, dan haak je 3 vasten in één steek. Hierdoor kan je om de hoek haken en daarna verdergaan met vasten te haken langs de andere randen.
Dit herhaal je tot je helemaal rond je werk gehaakt hebt.

Een lusje om je pannenlap omhoog te hangen is best handig. Als je de rand gehaakt hebt, dan kan je een eenvoudig lusje haken.

1. Haak 15 lossen
2. Met een halve vaste maak je het lusje vast aan de eerste vaste die je voor je rand gehaakt hebt.
3. Keer je werk om, haak rond de lossen 15 vasten. Je steekt de naald dus niet in de lossen, maar in de grote lus zelf. Sluit je werk terug af met een halve vaste, werk de resterende draadjes weg en klaar is je eerste project!

Met 2 bollen garen heb je ruim voldoende om twee pannenlappen te haken in verschillende kleurencombinaties, je kan bijvoorbeeld een tweede pannenlap haken met de omgekeerde kleurencombinatie.
Wil je nog eens een overzicht van alle steken? In mijn vorige posts vind je alle informatie over de opzetlus en losse, vaste en halve vaste, en ook over stokjes haken.

Heb je vragen of is iets niet volledig duidelijk? Laat het dan gerust
weten in een comment, of stuur een mailtje naar
contact@flowersandfeathers.be

You may also like